Zemme nut gemoakt

Zondag 18 februari trok, onder ruime publieke belangstelling, voor de 43e keer de ‘grootste carnavalsstoet der Noorderkempen’ door de straten van Essen..
De leuze “Moaket mar is” viel niet in dovemansoren . De Ossekoppen kunnen elk jaar rekenen op de inzet van de wijken.
Naast alle feestelijkheden, die op 11 november starten, vinden zij nog de creativi/tijd en energie om een wagen te bouwen (en vind maar eens een plaats).

 

 

De resultaten mochten er zijn : kleurrijke wagens (met bij de ene al wat meer ambiance dan bij de andere) omgeven door prachtig uitgedoste groepen (bij de ene al wat levendiger dan bij de andere). Geen sinecure om hier een jury – oordeel over te vellen.

En hoewel het Molenheike geen afvaardiging meer heeft in de Raad van 11, zijn er toch heel wat verenigingen actief die de stoet niet alleen langer, maar ook mooier maken en er de nodige ambiance in brengen.

 

 

De wagen van De Pijpenclub kon, wat mij betreft meteen mee in een bloemencorso, de mannen van Epo gaven een eigen invulling aan het begrip ‘struisvogelpolitiek’ : kop niet in ‘t zand steken maar in andermans zakken, de Indoor Soccers brachten een taost Kanibaal met heel veel leven en De Werker zorgde voor een vrolijke noot.

 

 

 

 

De toekomst lijkt verzekerd. Naast de verschillende jeugdverenigingen en de kinderwagens van de wijken zorgden ook Jami Rubben en BC De Maote voor verjonging.

 

 

 

 

 

 

De stoet werd, zoals gebruikelijk, afgesloten door de dansmariekes met Prins Marc den Tweede en nar Nanneke, de eerste vrouwelijke nar in de Essense carnavalgeschiedenis.

En de allerlaatste wagen was de bezemwagen … met draaiende borstels … om alle confetti en ander gegooid materiaal bij elkaar te vegen. Opgeruimd staat netjes…

 

Op 11 november wordt het startschot gegeven voor de feestelijke 44e carnavalseditie van de Ossekoppen met de leuze in rebusvorm : ” we 4444444 44″(oftewel we vieren vierenveertig)

Uitslagen:

categorie A :
5 wijkwagens uit Essen
1. Torrep
2. Staesi
3. Denoek
4. Wildert
5. Denuil

categorie B :
12 wagens van verenigingen uit Essen
1. Rocketiers
2. Jeepilers
3. Chiro Joho
6. De Pijpenclub
8. Indoor Soccers

categorie C :
25 wagens van buiten Essen

categorie D :
2 groepen algemeen
1. Keldertrapken
2. Fietsclub Volkshuis

Categorie E :
1 individuele deelnemer
1. Jami Wubben

Publieksprijs : Indoor Soccers

Van onze verslaggever ter plaatse :

 


Jan Wils – Pinokkelijn

Jan Wils is toneelliefhebber en is regisseur van het toneelstuk Woyzeck, dat volgende weekends door Pinokkelijn in zaal Rex gespeeld wordt. We trokken naar een repetitie en spraken met Jan over zijn toneelpassie.

Vertel eens even wie is Jan Wils?
Jan: Ik ben heel mijn leven in toneel geïnteresseerd en er mee bezig geweest. Ik heb 12 jaar in Stockholm, Zweden, gewoond en in een Cultuurhuis gewerkt. Ik ben het medium theater en dans blijven volgen. Bij mijn thuiskomst in België heb ik contact gezocht met de mensen van Pinokkelijn, waarvan ik er enkele van vroeger reeds kende. In 2002 regisseerde ik voor hen ‘De Les’ van Ionesco, de volgende jaren speelde ik een paar rollen en nu heb ik Woyzeck geregisseerd.

U ben afkomstig van Essen?
Jan : Nee, van Kalmthout. Ik heb er in de jaren ’80 bij vzw Den Zoeten Inval in de toneelgroep ‘Werkgroep theater’ gespeeld. Wij hebben zo’n 5 jaar in dat zaaltje een aantal producties gebracht en ook enkele malen buitenshuis gespeeld.

Waarom brengt u het stuk Woyzeck? Wat trekt je er in aan?
Jan : Ik heb het stuk al verscheidene malen gezien. De eerste maal dat ik het zag heeft het me ontzettend beroerd. Het is een heel realistische stuk maar tegelijkertijd ook heel poëtisch, heel krachtig. Het is geschreven in heel korte slagvaardige poëtische zinnen. Dat op zich al werkt enorm op de emotie. Het is van 1830 en de laatste 100 jaar uitgegroeid tot een echt ‘cult’stuk. Overal ter wereld wordt het wel eens ergens gespeeld en het is een stuk dat nog steeds heel modern aandoet door zijn vormgeving. Het trekt veel regisseurs en theatermakers aan omdat men er zoveel mee kan doen. Ieder kan zijn Woyzeck maken, zoals er over heel de wereld Woyzecks rondlopen.

Wie is Woyzeck?
Jan : Het is een historische figuur, hij is beroemd / bekend geworden door een proces waarin de schuldvraag centraal stond. Daar was men toen enorm mee bezig. Woyzeck was een zeer arme soldaat, die zijn vrouw vermoord heeft. Het proces ging over de vraag ‘Is hij schuldig? Is hij toerekeningsvatbaar?’. De schrijver Georg Büchner, een revolutionair, was sociaal geëngageerd en zeer begaan met de armsten der armen in het Duitsland van toen. Er was een schrijnende armoede en het land was verdeeld in vele staatjes. Hij heeft er geen pamflet van gemaakt maar een dramatisch werk gecreëerd van een heel hoog niveau, poëtisch en krachtig.

Het lijkt me zeer zwaar voor toneelspelers en toeschouwers. Is het niveau niet te hoog gegrepen, Pinokkelijn is toch een amateurgezelschap?
Jan : Het is een zware opdracht, en we hebben met Pinikkelijn inderdaad misschien een risico genomen. Na de repetitie van vandaag ben ik ook blij dat ik het risico heb genomen. Een ploeg zoals Pinokkelijn, met die ervaring en echt wel de spirit die in de groep zit, was het het risico waard. Ik heb zelf een concept ontworpen, mijn visie op het stuk, wat weer een andere aanvulling is, waar ik de mensen heb voor kunnen winnen.

Wat is jouw visie op het stuk?
Jan : Ik wil aan de ene kant de sociale positie van Woyzeck niet uit de weg gaan, hij is arm en wordt vernederd, maar Büchner heeft ook het element van de natuur er tegenover geplaatst. Het is een man die jaloers wordt, mee onder invloed van zijn sociale situatie. Maar de schrijver zet die 2 polen tegenover elkaar : het uiterlijke, zijn levenssituatie, tegenover zijn gevoelens. In het tweede deel neemt de jaloersheid van Woyzeck zo’n bezit van hem dat hij zijn vrouw vermoordt. In heel die complexiteit, is mijn visie op het stuk zo dat ik niet verklarend werk. Je probeert te ontroeren, om te kijken naar iemand om geïnteresseerd te worden in de problemen van iemand. Je probeert in zijn ziel te kijken, dat maakt het complex en moeilijk. Daar is kunst ook voor. Ik heb gekozen voor een voorstelling met bewegingsmomenten, een goede muzikale omlijsting met één instrument : de cello. Op verschillende momenten in de voorstelling laten we muziek vertellen wat de woorden niet meer kunnen zeggen.

Het stuk wordt gespeeld in zaal Rex, ook een heel andere omgeving. Hoe is die ervaring?
Jan : Ik ben heel enthousiast dat we hier kunnen spelen. Een jaar of 4 geleden zei ik tegen Luc Brosens dat ik graag met hem Woyzeck wou spelen en ik dacht toen aan de Rex als locatie. Toen ik destijds naar de zaal kwam kijken was de akoestiek enorm slecht, de uitrusting was miniem. Ik had het concept klaar om het in het Gildenhuis te spelen maar toen we een half jaar geleden nog eens naar hier kwamen zien, leek de Rex geschikt. De kale en ruwe sfeer van de zaal past heel mooi bij het stuk. Ik heb een koor toegevoegd en ik kan dit in heel de ruimte laten werken. We gebruiken het balkon, het podium en de vloer. De toeschouwers zullen langs 3 zijkanten rond de speelvloer zitten. De belichting wordt ook een uitdaging, er zijn 25 scènes, Mark Vergouwen zal er zijn werk mee hebben.

Je bent al een lange tijd met het stuk bezig?
Jan : Ja, het is iets wat ik jaren heb laten groeien. Het is een van mijn favoriete stukken. Na de repetitie van vandaag en nog enkele voor de boeg, zie ik de voorstelling heel positief in.

Speel je met een uitgebreide cast?
Jan : Ja, we spelen met 14 mensen en iedereen, buiten Woyzeck, vormt het koor. Een mooie kans om het solitaire van de man te plaatsen tegen de rest van de wereld.

Wat wil je met het stuk meegeven?
Je wil de mensen beroeren, maar ook aan het denken zetten?
Jan : Ja, toch wel, ik vind dat een taak van de kunst. Kunst heeft vele mogelijkheden: entertainen, plezier maken, maar ook beroeren. Als mensen na de voorstelling discussiëren over de sociale toestanden… het zit in het stuk in. Ik zou het mooi vinden als iemand in de realiteit al eens naar de ‘Woyzecks’ omkijkt, we leven nu in een tijd van materialisme, zeer ego gericht. Dat is niet het beste vooruitzicht voor die mensen, we zien ze niet staan.

Het stuk heeft niet echt een einde…
Jan : Het tweede deel gaat in een sterke climax naar de moord toe en dan zijn er zoveel interpretaties als er regisseurs zijn. Sommige regisseurs kiezen er voor om Woyzeck zelfmoord te laten plegen, maar daar kies ik niet voor want dan houdt het op, ik laat het helemaal open.

Wie het stuk wil zien, maakt best tijd vrij op vrijdag 16 en 23 maart of zaterdag 17 en 24 maart.
Om 20u30 in zaal Rex, Spoorwegstraat Essen.
Wegens het beperkt aantal plaatsen is reservering aanbevolen.
Kaartenverkoop en reservaties : Molenstraat 43 – tel. 03-667.36.07.

Meer info over Pinokkelijn vind je op : www.pinokkelijn .be

 


Herman Van Ginderen : Volharding op z’n kop

Op 17 maart organiseert turnkring Volharding haar turnfeest. Herman is een van de ouderdomsdekens in de leiding. Aan hem gingen we vragen welk turnspektakel we mogen verwachten in ‘Volharding op z’n kop !

Herman, eerst zouden we wat meer willen weten over jezelf. Hoe lang turn je al bij Volharding?
Herman: Ik ben momenteel 33 jaar bij Volharding, dat wil ook zeggen dat ik geen jonge snaak meer ben. Maar ik turn heel graag; Als we je zien turnen op een turnfeest merk je toch weinig van enige terugval in prestaties. Herman : Ik moet wel zeggen dat ik gans de week bezig ben met mezelf soepel en in conditie te houden. Dat is heel belangrijk als je wat ouder wordt, eigenlijk zegt men in de volksmond “dat je moet afbouwen want je wordt al 50 jaar”. Ik denk anderzijds dat ik blijf turnen wat ikzelf aankan, dan beslis jezelf wel over wanneer je stopt met iets.

Je komt in kontakt met andere turnkringen, kom je er nog andere leeftijdsgenoten tegen die nog zo actief zijn?
Herman : Hier en daar heb je een uitschieter bij, de ‘diehards’ worden ze genoemd. Het zijn gewoon mannen die zich te jong voelen om te stoppen. Met uw sloefen voor de TV gaan zitten, daar heb je nog veel tijd voor als je 70 bent.

Maar het niveau houden is toch geen lachertje.
Herman : Niveau houden is veel gezegd, aan het rek gaan reuzenzwaaien doe ik niet meer. Je moet wat voorzichter gaan zijn want je reactievermogen gaat achteruit. De lenigheid kun je bijhouden maar er zit altijd een risicofactor in. Het wordt gevaarlijk als je je mispakt of zo. Ik ben wel slim genoeg om het niet te gaan zoeken. Als ik een maandje oefen op de trampoline, dan spring ik wel terug een dubbele salto, maar de risico’s worden te groot.

Het meeste van de tijd bij Volharding gaat dan naar lesgeven als ik je goed begrijp?
Herman : Ja, dat klopt. Alleen bij de acro-gymnastiek doe ikzelf nog mee, maar daar wil volgend seizoen ook mee afbouwen en stoppen. Bij acro turn je per twee, wanneer moest blijken dat er een onderman te kort is zodat een boventurnster aan de kant moet blijven, dan wil ik er nog een jaartje bijdoen. Voor de rest train ik de toestelturners, hoewel ik zelf nog heel graag op toestellen zou turnen. Met het Demo-team doen we af en toe eens een toestel, zoals de oefening op het turnfeest. Maar we worden allemaal wat ouder.

Turnen wordt wat afgebouwd, maar je blijft lesgeven?
Herman : Tot dat ik van mezelf vind het genoeg is, laat ons zeggen dat ik voel ‘ik kom tegen mijn goesting naar de zaal’.

Je hebt bij Volharding toch een generatie nu ‘ouderen’, die groep is nu toch in aantal verminderd? Ik denk bijv. aan de heren.
Herman : Ja, mensen krijgen meer zaken aan hun hoofd, onregelmatige werkuren, een gezin, sommige zijn verhuisd. Met de oudere turners en turnsters vormen we nu het D-team. Alhoewel er sommigen een pak jonger zijn als ik. Het houdt me ook jong om met jongere turners te werken. Ze zeggen wel om te zwanzen “volgend jaar gaat ge op pensioen”, maar dat zullen we zelf wel zien.

Nu over het turnfeest, Volharding wil elk jaar wat beter doen of minstens hetzelfde houden. Wat hebben jullie dit jaar in petto? Het staat op zijn kop?
Herman : Proberen beter te doen is een groot woord, elk jaar de lat hoger en hoger te leggen is niet echt het doel. Het stopt toch eens, wij hadden een hoogtepunt met de voorstelling in de circustent. Je moet af en toe een stapje terug kunnen zetten, dat is normaal. Elk jaar een nieuw thema zoeken is ook niet gemakkelijk. Dit jaar is het ‘Volharding op z’n kop’, dat wil zeggen dat het publiek zich kan verwachten aan zaken die niet ‘normaal’ zijn. Eigenlijk wil ik daar niet veel over kwijt, het moet een verrassing blijven.

De mensen moeten dus zeker komen zien?
Herman : Ja, en dit jaar hebben we twee volwaardige voorstellingen in een verduisterde sporthal en mooie belichting. Dus zaterdagvoormiddag om 10 u en ‘s avonds om 19u30. De groepen waar ik les aan geef zijn er klaar voor, de oefeningen zijn af en we hebben nog 3 weken te gaan. Zo kunnen de turners en turnsters ook rustiger naar de voorstelling toeleven. Dat is het leuke van de zaak. Je kan de trainingen wat opbouwen zonder dat er nog nieuwe zaken bijkomen.

Herman, we zullen maar vlug een inkomkaart kopen. Tot 17 maart in de Heuvelhal !

Meer info over Volharding vind je op : www.volhardingessen.be

(uit De Voorbode)

 


Cis Dictus en Guy Luyten

Buiten de 2 schepenen heeft de sp.a nog 2 raadsleden in de nieuwe gemeenteraad. Guy Luyten is er voorzitter van en Cis Dictus fractieleider. Wat zijn hun prille ervaringen na anderhalve maand?

Guy, je bent voorzitter van de gemeenteraad. Een nieuwe functie, hoe ervaar je een gemeenteraad leiden?
Voorzitter van de gemeenteraad is een nieuwe functie binnen het gemeentebestuur, dus zijn er ook nieuwe spelregels. Ik werd verkozen door de leden van de gemeenteraad. Het is o.a. mijn taak de gemeenteraad samen te roepen en de agenda op te stellen. Tijdens de gemeenteraad zorg ik voor het goede verloop van de zitting. Ikzelf hoef niet alle dossiers van het schepencollege op te volgen of toe te lichten. Mijn taak is ervoor te zorgen dat alle agendapunten worden besproken, ik moet de discussies in goede banen leiden, het woord verlenen aan wie iets wil zeggen en zorgen dat er beslissingen worden genomen. Ik sta ook in voor ‘ordehandhaving’ tijdens de vergadering. Daarnaast heb ik ook enkele specifieke taken, zoals de aanvullende agenda voor de gemeenteraad vaststellen en samen met de gemeentesecretaris de notulen ondertekenen.

Je moet dus goed op de hoogte zijn van de spelregels?
Guy : Als voorzitter is een goede voorbereiding van de gemeenteraad een noodzaak. Dankzij de goede samenwerking met de gemeentesecretaris en zijn medewerkers verloopt dit prima. Tijdens mijn maidenspeech vroeg ik aan ALLE gemeenteraadsleden om een constructieve en respectvolle medewerking en hun deelname en tussenkomsten op een concrete, duidelijke en ‘to the point’ zijnde manier uit te voeren. Momenteel hou ik een goed gevoel over aan het voorzitterschap en zijn de meeste tussenkomsten van de leden zoals het hoort.

Naar ik verneem lijkt iedereen wel tevreden over je manier van werken.
Guy : Ik krijg daar toch goede reacties op, ook van de oppositie.

Guy, je kan tijdens een gemeenteraad als voorzitter niet mee discussiëren, je zal je inbreng moeten doen in de commissievergaderingen?
Guy : In principe kan ik in de gemeenteraad mee in debat gaan, maar dan moet het langst in dienstzijnde gemeenteraadslid het voorzitterschap overnemen. Maar dat is omslachtig en ik heb er geen enkele moeite mee om op dat moment niet te discussiëren, onze standpunten worden voorafgaandelijk besproken in de sp.a-fractie en het is onze fractieleider Cis Dictus die tussenkomt. Uiteraard heb ik in de commissievergaderingen wel mijn inbreng en kan ik de sp.a-standpunten vertolken.

Cis, je hebt al ervaring als gemeenteraadslid, maar nu ben je fractieleider. Er wordt na de toelichting door de schepen en dan de tussenkomsten van de oppositie, als meerderheidsfractie waarschijnlijk veel gras voor je voeten weggemaaid?
Dat klopt grotendeels en als Ludwig Caluwé, de fractie­leider van CD&V, zijn uitleg gegeven heeft, dan hoef ik niet nodeloos in herhaling te vallen, ik kan me er wel bij aansluiten en soms enkele zaken toevoegen. Ik ervaar toch vanuit de oppositie NVA-PLE en zeker VLD een gans andere reactie en standpunten dan voordien.

Oppositie om de oppositie?
Cis : Mja,…
Guy : Ik vind dat de oppositiepartijen zich gemakkelijk aansluiten, elkaar beamen en weinig eigen punten naar voor brengen.

Nu de sp.a tot de meerderheid behoort zijn er afspraken met de coalitiepartner. Hoe verloopt het overleg? Er wordt toch wel gewikt en gewogen over een gezamenlijk standpunt.
Cis : Het is toch een heel andere manier van werken, er is overleg nodig om tot overeenstemming te komen. Voor ons is het ook nieuw. Soms is er geen enkel probleem, maar niet iedereen denkt hetzelfde over alle punten. Het is geven en nemen, zoals in elke relatie.

Voel je je als fractieleider niet een eenling, het is geen eenmansfractie maar…
Cis : Dat is in begin wel raar omdat ik afzonderlijk zit, maar de sp.a is met 4 personen vertegenwoordigd in de gemeenteraad. Met de schepenen Gino en Jokke, voorzitter Guy en ikzelf vormen we een goed team.
Guy : Ik vind over de samenwerking met CD&V dat zij het laken nogal veel naar zich toetrekken.

Welke onderwerpen in de gemeentepolitiek zijn voor jullie het meest belangrijk en waarom?
Guy: Wat mij betreft is dat milieu, mobiliteit, woonbeleid en sport, hier meer specifiek de nieuwe sporthal en sportvloer. Er werd al zo veel jaren over gesproken, in de vorige legislatuur heeft men zich al in zoveel bochten gewrongen. Men is er al 6 jaar en langer over bezig. Nu verwijt de VLD ons hoe zit dat met de sporthal en ze hebben zelf 6 jaar de kans gehad om er iets aan te doen.

Cis : Voor mij is het sociaal beleid het belangrijkst met daaraan gekoppeld het woonbeleid. Ook ruimtelijke ordening interesseert me, hoe gaat men het ruimtelijk structuurplan juist invullen? Tenslotte blijft milieu ook voor mij een item, zoals energiebesparing.

Er zijn veel commissies opgericht, als die allemaal gaan bijeenkomen dan zal er wat vergaderd worden. Hoe hou je een vinger aan de pols, contact met de achterban en de Essense ‘burger’?
Guy: Er zijn 15 commissies opgericht, het wordt dus een drukke agenda. Het is positief dat er voorafgaandelijk in commissies gewerkt wordt. De gemeentelijke commissies zijn openbaar en ik verwacht dus dat ook de pers hier op af komt. De Voorbode is voor ons een belangrijk informatiekanaal en de partijen hebben een politiekes website waarlangs zij de mensen kunnen informeren.

Maar het contact tussen het gemeenteraadslid en de burger verloopt ook op plaatsen in het dagdagelijkse leven : een activiteit, een voetbalmatch, op straat… Ik hoor de vraag of opdracht al : “Zeg het wordt eens tijd dat de GE daaraan iets gaat doen”.
Guy : Ik ga proberen op een efficiënte manier te werken, de vraagsteller het misschien op papier of mail te laten zetten en zorgen dat hij of zij zo vlug mogelijk een antwoord krijgt.

Cis, jij bent in de Rodenbachwijk ook een aanspreekpunt, maar waarschijnlijk stellen er nog meer inwoners jou specifieke vragen.
Cis : De Rodenbachwijk is één zaak, we werken daar goed samen, ook op een gezellige manier. Maar mijn aandacht gaat ook naar andere wijken, zo was er onlangs een probleempje met de doorgang van de parking aan de school Wildert naar het kerkhof. Voor wat oudere mensen was een doorsteek maken een goede oplossing. Het zijn wel kleine puntjes, maar daarom niet minder belangrijk. Wij zijn ook een doorgeefluik naar het gemeentebestuur.
Guy : Ik vind een nadeel in de politiek dat alles er zo lang duurt eer er een resultaat is. Ik heb het daar wel moeilijk mee, mensen vragen iets, waarom moet er na een commissie dat soms dan nog eens opnieuw besproken worden. Veel vertraging en de mensen zijn er niet mee gediend. Ik heb het niet op die vertragingsmanoeuvers, wij zitten er voor om alle Essenaren ten goede te zijn.
Cis : Een goed beleid moet ook goede punten van de andere partijen meenemen en niet naast zich leggen zoals vroeger vaak gebeurde.

De communicatie en openbaarheid waren problemen waar het vorig bestuur mee kampte, zeker als je het vergelijkt met de buurgemeenten.
Cis : Daar is wel verandering in aan het komen. Het schepencollege geeft na haar wekelijkse bijeenkomst via een persbericht en een e-mail een toelichting op enkele beslissingen die genomen werden. Er is in de bestuursovereenkomst ook een punt dat het gemeentebestuur regelmatig hoorzittingen in de wijken zal organiseren. De mensen meer betrekken bij de zaak.

Dus het nieuwe gemeentebestuur is van start gegaan en voor de ervaringen zullen we volgend jaar opnieuw eens een babbel moeten doen. Bedankt.

(uit De Voorbode)

 


Jokke Hennekam

Jokke Hennekam is als sp.a-schepen op sociaal vlak bevoegd voor senioren-, gelijke kansen-, gezondheids- en holebibeleid. Ook de bevoegdheid voor cultuur is voor haar een grote uitdaging. Met haar veelzijdigheid als vrouw staat zij haar mannetje in het gemeentebestuur.

De vergrijzing van de bevolking is een gekend fenomeen en staat in de actualiteit. Een specifiek seniorenbeleid is een middel om hierop in te spelen. Hoe benader je deze problematiek?
Jokke : Ik wil het seniorenbeleid niet als een ‘probleem’ bestempelen, maar we moeten ons toch realiseren dat de vergrijzing een serieuse impact zal hebben op onze samenleving. Het hoeft natuurlijk niet allemaal kommer en kwel te zijn : de meeste toekomstige jonge senioren zijn mondige, zelfstandige, actieve mensen, die niet meteen hulpbehoevend zijn. Zij hebben andere interesses en daar moeten we, en ook de seniorenverenigingen, op inspelen. Maar we moeten oog blijven hebben voor de kwetsbaren onder hen. Diegenen met lage inkomens, alleenstaanden, kansarmen, mensen die om allerlei redenen uit de boot vallen. Als gemeente kunnen en moeten wij daar blijvend aandacht voor hebben. Het is een goeie zaak dat seniorenbeleid een aparte bevoegdheid is geworden, want een heleboel zaken kunnen we op gemeentelijk niveau aanpakken.

Maar sommige senioren, meestal ouderen, zijn meer zorgbehoevend. Neem nu een 80plusser t.o.v. een 60plusser. Jokke : Vooraleer iemand aangewezen is op een rusthuis zijn er een reeks diensten die bvb het OCMW aanbiedt : mantelzorg, poetsdienst, warme maaltijden, noodalarmsysteem,… Dit heeft tot gevolg dat de mensen veel langer zelfstandig kunnen blijven wonen. De een verblijft in zijn woning, de ander in een serviceflat. Maar op dat vlak is er wel nood aan aangepaste woningen, zeker als men een beetje vooruitkijkt. Samen met Gino, die ruimtelijke ordening en woonbeleid onder zich heeft, zullen we bij elk nieuw bouwproject dat zich aandient, zorgen dat er ouderen en/of eenoudergezinswoningen zullen gerealiseerd worden. In Nederland werken ze met zorgteams van vrijwilligers die in de wijk actief zijn. Als bvb iemand met een gebroken been uit een ziekenhuis naar huis komt zijn er mensen uit de buurt die inspringen voor wat hulp, bvb boodschappen of een bezoek. We moeten er over denken of zo’n netwerk een deel van nood kan opvangen, ik denk bvb aan vrouwenverenigingen of bejaardenbonden waar de jongste senioren voor de ouderen zorgen. Ook interessant is om te bekijken of de jeugd hiervoor kan ingeschakeld worden.

Nu je het over vrouwen hebt. Ik las dat vrouwen hun levensverwachting 10 jaar hoger ligt dan mannen. Hebben vrouwelijke senioren geen andere specifieke noden?
Jokke : Vrouwen werden in het verleden (meer nog dan nu) opgevoed tot verzorgende wezens. Komt daarbij dat ze dikwijls hun eigen carrière hebben afgebroken ten voordele van hun man en kinderen. Vrouwen worden beschouwd meer ‘hun plan’ te kunnen trekken en beter om te kunnen gaan met veranderingen. Dat verklaart voor een deel de kloof tussen enerzijds de vaak nadelige levenssituatie van vrouwen en hun globaal tevredenheidsgevoel. Vaak zijn vrouwelijke senioren financieel heel kwetsbaar, zij wonen meestal in een huurwoning en zijn minder eigenaar van een woning dan mannen. Eigenlijk is dat niet logisch. Ze zijn op mobiliteitsvlak zwakker, weinig vrouwelijke senioren hebben een rijbewijs. We moeten ijveren voor een pro-actief beleid wat arbeidsparticipatie betreft van herintreders en aandacht besteden aan de digitale kloof die vooral vrouwen treft.

Van ontspanning van senioren naar ontspanning in ‘t algemeen is maar een kleine stap. Cultuur is een ruim begrip, waar wil je de accenten leggen? Helmut lanceerde destijds het idee van Zomervogels, Het Karrenmuseum organiseert Zomerse zondagen. Komt er nog meer ontspanning voor thuisblijvers in de zomer?
Jokke : We willen als gemeente stap voor stap hieraan werken. In de eerste plaats dient onderzocht of de De Oude Pastorij bvb met een gerant permanent open gehouden kan worden. Ten tweede gaan we een vzw oprichten, de werkgroep Optredens, die zich zal bezighouden met specifieke organisaties. Zo wordt aan de 11-juli feesten dit jaar een avondvoorstelling gebreid met ook de jeugd als doelpubliek, een optreden van Tentation en Eva De Roovere. De cultuurdienst organiseert nu ook al regelmatig toneelvoorstellingen die heel dikwijls uitverkocht zijn. In de toekomst zullen we dit aanbod nog opvoeren. Het cultuurbeleid zal ook beter gecoordineerd worden omdat we zullen voldoen aan de voorwaarden om in te stappen in het nieuwe cultuurdecreet Vlaanderen. Momenteel wordt er gewerkt aan een huishoudelijk reglement voor het beheersorgaan van het Essens gemeenschapscentrum, dat zal bestaan uit drie locaties, De Rex, De Oude Pastorij en het CC Wildert. Ook het auditorium van Muzarto zal voortaan verhuurd kunnen worden voor specifieke voorstellingen.

De cultuurraad vroeg jarenlang om een Essense Culturele kalender, eens per maand een affiche met alle culturele voorstellingen (muziek, toneel, tentoonstellingen,..) die in onze gemeente plaatsvinden. Is dat niet mogelijk?
Jokke : Die agenda staat al in de gemeentelijke berichtgeving die iedere inwoner ontvangt. Dat blad wordt door de meesten gelezen. Uit de recente seniorenbevraging blijkt dat ook overduidelijk. Ik zie niet een jongere dat bladje vastnemen om te zien wat er te doen is. Jokke : Jongeren gebruiken veel meer het internet als informatiebron. De website van de gemeente is nu meer up-to-date. Er is tevens het initiatief dat we aansluiten bij Cultuurweb Vlaanderen, de verenigingen gaan zo de mogelijkheid krijgen via de webverantwoordelijke hun activiteiten via het web op ruimere schaal te laten verspreiden.

En nog nieuwe ideeën ?
Jokke : Ik denk niet dat ze echt nieuw zijn, maar het lijkt me een goed idee om eens te onderzoeken of het mogelijk zou zijn om het Gerard Meeusenmuseum te verhuizen naar een locatie in de buurt van de Kiekenhoeve, zodat je daar, samen met het Karrenmuseum en het Heemhuis, een erfgoed-site krijgt.

(uit De Voorbode)

 


Gino Veraart

Gino is eerste en jongste schepen in het nieuwe Essense gemeentebestuur. Hij is bevoegd voor ruimtelijke ordening en woonbeleid, jeugdbeleid, onderwijs en levenslang leren.
We polsten Gino naar zijn intenties.

Je bent bevoegd voor het woonbeleid en ruimtelijke ordening. Hoe denk je de Essense inwoners aan een betaalbaar stuk grond of woning te helpen?

Gino: Nu het ruimtelijk structuurplan is goedgekeurd hebben we voor een stuk de sleutel zelf in handen om onze ruimte, ons grondgebied in te vullen. Het is belangrijk dat we daarbij aandacht hebben voor alle soorten van woonmogelijkheden. Het aanbod van de woongelegenheid moet dringend afgestemd worden op de vraag die er is. Die vraag moeten we dus allereerst in kaart brengen.

Daarnaast denk ik dat er op dit moment nog heel wat bouwgrond is in Essen. We zullen nagaan waarom eigenaars die grond niet te koop zetten. Als het niet voor de eigen kinderen bestemd is, kunnen we een belasting heffen op grondspeculatie. Zo hopen we dat er meer bouwgrond op de markt komt en de prijs zal zakken of toch zeker niet verder stijgt.

Ook moeten we als gemeente zelf speler worden op die markt. Daarom zullen we een ‘grondbank’ oprichten. Dit zal bij aanvang veel geld kosten, maar zal op termijn voor de samenleving renderen.

Ik denk dat we dan belangrijke keuzes maken. Als we een effect willen zien, dan moeten die maatregelen naast elkaar ingevoerd worden. Eén maatregel op zich kan het verschil niet maken. Het is de combinatie die het effect teweeg moet brengen.

Wat zijn je doelstellingen op vlak van het jeugdbeleid. Hoe betrek je niet-georganiseerde jongeren bij het gemeentelijk (jeugd)beleid?

Gino : Jeugdbeleid is zeer ruim. In Essen hebben we zeer goeie jeugdwerkinitiatieven. De ondersteuning daarvan moeten we zeker in ere houden en zelfs verder uitbouwen. Jongeren die niet direct lid zijn van een jeugdbeweging of dergelijke moeten we ook alle kansen geven. In eerste instantie moeten we zorgen dat jongeren hun vrije tijd kunnen doorbrengen zoals ze dat zelf willen. Om daarvoor te zorgen zijn er voorbeelden genoeg: een volwaardige repetitieruimte voor muziekgroepen, een extra skateparkje op Wildert, een crossparcours voor BMX, fuifbussen, enz…

Het komt er vooral op aan om bij de nieuwe generatie steeds de vinger aan de pols te houden. Wat vandaag voor jongeren goed is, is misschien morgen al niet half zo interessant meer. Er moet dus altijd ruimte zijn voor nieuwe dingen, die ze zelf kunnen aanbrengen.

Met je beroep als opvoeder heb je ervaring op het vlak van onderwijs. In de gemeente sta je in voor het gemeentelijk kleuter- en lager onderwijs. Ook is er Muzarto, de vroegere muziekacademie. Uit welke invalshoek benader je deze materie?

Gino : De gemeentescholen moeten natuurlijk net als alle andere scholen beantwoorden aan heel wat eisen vanuit het ministerie. Het personeel wordt voor het grootste stuk van daaruit gestuurd. Maar het is de gemeente die ervoor moet zorgen dat de omkadering goed is. Denk maar aan de gebouwen, de materialen, het personeelsbeleid. Zowel WIGO als Muzarto draaien momenteel meer dan behoorlijk. Dat moeten we zo zien te houden.

Waar ik wel veel belang aan hecht, is dat de school volledig deel moet uitmaken van de gemeenschap rondom zich. Ze moet in contact staan met de ouders, de verenigingen, kortom met het middenveld. Als die wederzijdse werking er is tussen de school en de gemeenschap zullen de kinderen en alle betrokkenen zich veel beter voelen. Een school mag kortom geen eiland zijn.

Naar de andere scholen wil ik een initiatief nemen om een overleg over de netten heen op te starten. Mijn bedoeling is om te kijken waar de gemeente de scholen bij kan helpen en waar de scholen elkaar kunnen helpen. Ook hier wil ik een verband tussen die scholen en de gemeenschap. De gemeente speelt daarin een belangrijke rol.

Het nieuwe gemeentebestuur wil een nieuwe wind door de gemeente Essen laten waaien? Van waar komt de wind?

Gino : Al vanaf oktober wordt er flink gewerkt om het één en het ander op een andere manier aan te pakken. Daarnaast moeten we ook vanuit het gemeentehuis duidelijk communiceren. Wanneer bepaalde beslissingen genomen worden, zal er ook uitgelegd worden waarom en zullen mensen ook te horen krijgen wat ons ertoe heeft gebracht om die bepaalde beslissing te nemen. Zo kunnen bijv. de inwoners van Essen zeer binnenkort een duidelijke boodschap van ons verwachten over de keuze om de sporthal in het sportpark te bouwen. Of zo zullen bijv. de mensen binnenkort van ons te horen krijgen waarom er meer verkeer in de Molenakkersstraat zal komen en waarom dat dit niet anders kan.

Ook belangrijk is de opwaardering van de gemeenteraad. Zelf hebben we dikwijls mee­gemaakt dat er weinig ruimte was voor discussie en dat onze argumenten of voorstellen nauwelijks gevolgd werden. Dat moet anders. Bij het gehele beleid moeten alle gemeenteraadsleden van begin af betrokken worden. Ieder raadslid moet zijn volledige inbreng kunnen hebben op elk dossier. Open kaart is dus de boodschap!

 


WK veldrijden

Bart AernoutsMijn geluk kon dit weekend niet op : dankzij een wedstrijd van Curieus in Tapas (het ledenblad van sp.a) won ik twee vrijkaarten voor het WK Veldrijden én omdat de soldenperiode nog niet was afgesloten, konden we met de trein voor slechts 7 euro heen en terug (met het ‘shoppingbiljet’). De drie uur reistijd namen we er graag bij.
En blijkbaar waren er meer die de trein namen … bij aankomst in Hooglede-Gits galmde door de luidsprekers dat 15.000 mensen gebruik hadden gemaakt van de diensten van de NMBS … en of we het naar huis gaan een beetje wilden spreiden, per uur konden er 5.000 mensen vertrekken …
Even later werd omgeroepen dat er 35.000 toeschouwers waren, het was er dus druk. 35.000 mensen, da’s twee keer alle inwoners van Essen. We trokken vol goede moed op verkenning van het parcours. Op zoek naar een drank- en hamburgertentje waar het niet eindeloos aanschuiven was en op zoek naar een strategische plek om het geheel te overzien.
De eerste feesttent was afgeladen vol en vol ambiance met zwaaiende vlaggen en zingend mensen. Geen doorkomen aan. Bij de tweede feesttent leek het wel of half Essen naar Hooglede-Gits was afgezakt : de Vrienden van de Cyclo-Cross Essen, de mannen van Epo, een cafébaas, de melkboer, voetbaltrainers, bekenden van aan de schoolpoort … het kon niet op. En overal sfeer, sfeer, verwachting, spanning, … en vertrouwen in een goede afloop.

Dat vertrouwen werd de hele wedstrijd duchtig op de proef gesteld. Emoties werden heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees, tussen wat je voor je neus zag voorbijrijden en wat je op het groot scherm zag gebeuren.
Ik ben niet zo’n fanatiek supporter van één of andere renner, dus kon ik brullen voor elke driekleur die voorbijreed. En voor de twee Zimbabwanen die enkele ronden meereden. GoGoGo…
Het zag er lang niet zo goed uit, vrees haalde het bijna op de hoop. Tot Erwin Vervecken in de laatste ronde als eerste over de trappen kwam … ontlading.
Het doet me een beetje denken aan een uitspraak over het wk voetbal: het is een wedstrijd van 11 tegen 11 en aan het eind wint Duitsland …

In het veldrijden wint aan het eind een Belg … en als dat dan nog in ons eigen Belgenland gebeurt, is het feest. En daar hoort al eens een glaasje bij. Al was het moeilijk er eentje te vinden als je zelf geen fles jenever had meegebracht. De reservevaatjes van dertig liter konden de massale vraag niet aan, dus was het al snel richting perron. Waar het wringen was tussen de massa om op de dubbeldektreinstellen te geraken …
Onze plaatselijke vedette Bart Aernouts (foto) had zijn dagje niet en eindigde op een 25e plaats.


Aan de verw8ing voldaan.

Schepen van Cultuur Jokke Hennekam verwelkomde de aanwezigen op de 8ste Poëzie-avond van Curieus Essen.

Poëzie kan ernstig, emotioneel en grappig zijn. Zo was ook de sfeer in het Volkshuis, maar niemand had verwacht dat het muzikale optreden van Tripple Fun de ganse zaal deed meezingen. Presentator Herman Jacobs zorgde er voor dat de voordrachten keurig aan elkaar gepraat en de gastdichters voorgesteld werden.

Zo d’ouden zongen…

De eerste deelnemers gingen terug in de tijd. Maria Gommeren bracht het verhaal van moeders ‘vurschuut’. 80plusser Roger Goosen greep terug naar de solidariteit onder arbeiders en ging verder met gedichten toen hij zelf nog in de schoolbanken zat. Gewezen onderwijzer Jef Walschaerts bracht herinneringen aan zijn vader. Hij zette vanop het podium ook zijn muzikale kwaliteit in de verf. In het tweede deel zetten ‘de kleinmannen’ de boventoon. De kwaliteit van Pascale Deprins bestond er in haar dagelijkse werk – een klas kleuters te doen luisteren en lachen- , ook door een zaal volwassenen te laten doen. Burgemeester Gaston Van Tichelt keek terug naar zijn geboortedorp Kalmthout en leende enkele versjes van zijn jonge kroost. Peter Jonckheer daarentegen nam de cultuursprong naar zwart Afrika, het proza van een socialistisch president waren tekenend om stil te staan hoe de machtpositie van de blanke westerling ervaren werd.

… piepen de jongen!

Het jonge ‘geweld’ zorgde voor de afsluiter. Sanne Clous stelde vraagtekens bij de verwachtingen van de hedendaagse maatschappij. Ton Kunst, PvdA-raadslid uit Roosendaal, liet zich in zijn eigen werk ook inspireren door zijn kleinkinderen. Yves Nelen tenslotte liet ons kennismaken met de diepgang in zijn gedachten.

Coda con carne

De opbrengst van de verkoop van inkomkaarten gaat telkenmale naar een goed doel. Curieus koos voor Coda. Dit is een pluralistische organisatie van artsen, verpleegkundigen en vrijwilligers, die palliatieve zorg aanbieden in de regio Antwerpen-Noord en Noorderkempen. Dat gebeurt in de thuiszorg, maar ook in Coda Hospice, een gespecialiseerd verpleeghuis waar terminale gasten en hun families als ‘gasten’ in een bijna-thuis-huis worden opgenomen. Coda-vrijwilliger Jos Nuyts mocht de 600 euro opbrengst uit de handen van Jokke Hennekam in ontvangst nemen. Om het bedrag bij te spijzen had Curieus een gelegenheidsmaal van een pittige Chile con Carne bereid. Jos beklemtoonde de noodzaak van het werk van Coda en stipte aan dat ook talrijke Essenaren er gast waren. Hij dankte Curieus, de deelnemers en de talrijke medewerkers van voor of achter de schermen voor het behaalde resultaat.